Voor veel mensen is werk iets dat niet leuk is. Ze praten erover als een activiteit die ze zo snel mogelijk willen beëindigen. Ze leven van vakantie naar vakantie, denken op maandag alweer aan het weekend. Wanneer je die onvrede optelt bij de grote groep mensen die om psychische redenen in de WAO zit, is er dus een goede reden om eens naar dat werk te kijken.
Wanneer je een baan krijgt wordt er iets van je verwacht. Helaas weten veel werkgevers (maar ook collega's) echter niet goed te omschrijven wat er dan precies verwacht wordt.
Nog vervelender wordt het wanneer opdrachten tegenstrijdig gaan worden. De hiërarchie maakt het ook niet makkelijker. En na jaren inzet blijkt opeens dat jouw bijdrage niet meer welkom is.
In ons dorp moeten we ervoor zorgen dat dit soort problemen niet ontstaan.
Door geen baasjes te willen, worden we ook geen knechten. Dat vereist dan wel dat de deelnemers kunnen samenwerken. Voor mensen die weten dat ze daar niet goed in zijn moeten we op zoek naar eenmans-taken (en die zijn er genoeg).
We streven naar kleine bedrijfjes waarin maximaal zeven mensen samenwerken (zeven schijnt een ideaal getal te zijn om samen te werken).
De verwachting is dat een van de zeven het meest bedreven is . Dat maakt echter nog niet dat hij/zij ook de beste planner is of de beste werkvoorbereider. De uitdaging is dus aan de groep om zoveel mogelijk talenten zichtbaar te maken. Daardoor ontstaat de kans op de beste manier van samenwerken
Een heel andere vorm van uitdaging is het terugvinden van het ambacht. De meeste hoogopgeleide Nederlanders willen een functie als beleidsmedewerker. Wat dacht je ervan om molenaar te worden en op afstand al te leren zien welke kwaliteit graan eraan komt? Weten welk geluid bij welk deel van de molen hoort, welk meel voor welke toepassing geschikt is?
Met de terugkeer van het ambacht kan je ook weer trots op het werk zijn . En genieten van een geleverde prestatie. Zowel in geld als in arbeidsvreugde. Werktijden zijn dan niet meer van belang, in de zin van “het mogen stoppen”, maar men geniet zo van zijn werk dat tijd weer een andere kleur krijgt. Niet het haastige gejaag (zoals wij dat nu kennen) om pas in de file tot rust te komen, maar stoppen omdat er morgen weer een dag is. En omdat er vanavond in het dorp alternatieve tijdsbestedingen zijn die je ook leuk en belangrijk vindt.